Allopathie is de in
homeopathische kringen gebruikte term voor
reguliere geneeskunde.Het gedeelte allo uit het woord betekent hier tegenovergesteld, van het Griekse woord allos. Pathie komt van het Griekse woord pathos - lijden. De basis van de geneeskunde in de tijd dat
homeopathie werd 'uitgevonden' was de leer van de vier
humores - bloed, speeksel, gele gal en zwarte gal. Deze waren verbonden aan de vier elementen - hout, water, steen en vuur. Ziekte zou veroorzaakt worden door een onbalans in deze humoren. De reguliere geneeskunde uit die tijd trachtte ziekten te genezen door tegen deze onbalans in te gaan, vandaar allo in de betekenis van tegenovergesteld. Als iemand koortsig was, dus nat (zweet) en heet, was de behandeling er op gericht een patiënt droog en koud te maken. Hiertoe werden voedsel en stoffen toegediend die werden geassocieerd met koud en droog. De meeste ziekten werden blijkbaar toegeschreven aan een teveel aan bloed, aangezien
aderlaten verreweg de meest toegepaste behandeling was.
Samuel Hahnemann, de uitvinder van de
homeopathie, was van mening dat men niet tegen de humoren in moest gaan, maar deze juist moest aanmoedigen, vandaar het gebruik van het woord homeo van homeios = gelijkluidend (i.p.v. tegenovergesteld) in de naam
homeopathie. Dit deed hij door ziekten te lijf te gaan met
extreem verdunde doseringen van stoffen die in normale doseringen de verschijnselen die moeten worden bestreden, juist kunnen oproepen.
Zie meer op Wikipedia.org...