affluer
stromen; vloeien
{
flow
}
schenken; laten vloeien; regenen;...
{
pour
}
zich verdringen, toestromen
{
throng
}
affluer
vb
stromen (naar), toestromen, toevloeien;
le cholera face ~ le sanguine al visage woede doet het bloed naar het gezicht vloeien;
le manifestantes afflue de tote partes al placia de betogers stromen van alle kanten het plein op