afecto
vriendelijkheid, aardigheid; overdreven...
{
fondness
}
afetar
betreffen; voorwenden; beïnvloeden
{
affect
}
afecto (m)
vriendelijkheid, aardigheid; overdreven...
{
fondness
}
afectar
betreffen; voorwenden; beïnvloeden
{
affect
}
indrijven, indrukken; (krachtig) raken,...
{
impact
}
zich voordoen als; doen alsof; aanspraak...
{
pretend
}
aanvallen; invallen
{
attack
}
pijn doen, bezeren; deren, kwetsen
{
hurt
}
beschadigen; schade veroorzaken
{
damage
}
terzijde leggen, opzij leggen, sparen;...
{
set aside
}
afecto
affectie [F], genegenheid [F]