Adresse (die)
adres (ook in de computerwereld); een...
{
address
}
plaats; (historische) plaats; (het)...
{
location
}
lezing; de les gelezen; toespraak,...
{
lecture
}
spraak; toespraak; lezing; taal
{
speech
}
adresse (f)
adres (ook in de computerwereld); een...
{
address
}
spitsvondig, geraffineerd; artistiek
{
artfulness
}
bekwaamheid, vakkundigheid,...
{
skill
}
adresser
aanspreken; adresseren; zich wenden tot
{
address
}
instruëren, toelichten, aanduiden;...
{
direct
}
bedoelen; menen; weten; betekenen
{
mean
}
Adresse
adres
adresse
sub FRANCESE
1 adres (formele mededeling);
~ destinate al rege tot de koning gericht adres
2 adres (op brief, etc.);
scriber le ~ super le inveloppe het adres op de enveloppe schrijven;
~ postal postadres;
~ telegraphic telegramadres;
~ de vacantias/durante le vacantias vakantieadres;
etiquetta de ~ adresstrookje;
cambiamento de ~ adreswijziging;
al ~ de aan het adres van, gericht tot, ter attentie van
3 mathematica de ~ adreswiskunde;
constante de ~ adresconstante