adorar
aanbidden; dol zijn op
{
adore
}
aanbidden; bidden; het werk van god;...
{
worship
}
houden van; liefhebben; genegenheid...
{
love
}
zegenen; heiligen
{
bless
}
adorar
aanbidden; dol zijn op
{
adore
}
aanbidden; bidden; het werk van god;...
{
worship
}
vergoddelijken, adoratie
{
deify
}
adorar
1. aanbidden, adoreren, verafgoden, vereren 2. dol zijn op, gek zijn op, zielsveel houden van
adorar
vb
aanbidden, vereren, verafgoden, dol zijn op;
~ le chocolate dol op chocolade zijn;
io adora ir al cinema ik ga ontzettend graag naar de film;
~ Deo God aanbidden;
~ Bach dwepen met Bach;
~ le musica dol op muziek zijn;
~ le vitello de auro het gouden kalf aanbidden;
mi adorate filia mijn innig geliefde dochter