accompaniar
vb
vergezellen, begeleiden, meegaan met, (weg)brengen;
~ a(l) casa thuisbrengen;
~ al traino naar de trein brengen;
~ un persona al cinema met iemand naar de bioscoop gaan;
~ un persona a su ultime reposo iemand naar zijn laatste rustplaats brengen;
~ un violinista al piano een violist op de piano begeleiden;
esser accompaniate de gepaard gaan met;
iste numero es accompaniate de un supplemento bij dit nummer hoort een bijvoegsel;
accompaniate de su modo de empleo met gebruiksaanwijzing;
littera accompaniante begeleidend schrijven