abusar
uitgeput raken; verlopen; omverlopen,...
{
run down
}
abusar
vermoeden, veronderstellen; schatten;...
{
presume
}
abusar
abusar de: misbruik maken van (macht, vertrouwen), met werk overladen, verkeerd gebruiken, teveel vergen van, misleiden, om de tuin leiden, verleiden (seksueel)
abusar
vb
~ de misbruiken, misbruik maken van;
~ del amicitate misbruik maken van de vriendschap;
~ de un juvena een meisje misbruiken