abundar
afhellen; uitschenken
{
abound
}
vol zijn van-, krioelen, wemelen,...
{
teem
}
uitzwermen, samendrommen
{
swarm
}
abundar
afhellen; uitschenken
{
abound
}
vol zijn van-, krioelen, wemelen,...
{
teem
}
abundar
in overvloed aanwezig zijn
abundar
vb
overvloedig zijn, in overvloed voorkomen, talrijk zijn, in overvloed hebben;
le cereales abunda er is een overvloed aan granen;
~ in difficultates vol moeilijkheden zitten;
~ in errores wemelen van de fouten;
le errores abunda in iste texto de fouten zijn talrijk in die tekst;
le fructos abunda iste estate deze zomer is er zeer veel fruit;
le pisces abunda in iste aqua in dit water krioelt het van de vis;
le exemplos abunda de voorbeelden liggen voor het grijpen;
ille abunda in anecdotas hij weet altijd een massa anecdotes te vertellen