absagen
schrappen, afzeggen
{
cancel
}
afbellen,afzeggen {van een afspraak}
{
call off
}
herroepen, intrekken
{
revoke
}
een belofte niet nakomen
{
renege
}
absägen
zien; begrijpen; oppassen op; er zeker...
{
see
}
zagen, afzagen, doorzagen
{
saw
}
Absage (die)
schampere opmerking, vernedering
{
putdown
}
uitstel; weigering; afwijzing, afkeuring
{
rejection
}
absagen
afzeggen;afkondigen;afkondigt;annuleert;annuleren
absägen
afzagen