abortar
aborteren, annuleren, verijdelen,...
{
abort
}
mislukken, falen; een miskraam hebben
{
miscarry
}
abortar
aborteren, annuleren, verijdelen,...
{
abort
}
mislukken, falen; een miskraam hebben
{
miscarry
}
mislukken, (laten) zakken; nalaten; in...
{
fail
}
dwaalde af, ging met verkeerde lui om,...
{
went astray
}
abortar
vb
1 ontijdig bevallen;
~ se abortus plegen;
facer se ~ zich laten aborteren
2 aborteren, een miskraam veroorzaken;
~ un pregnantia een zwangerschap afbreken/onderbreken
3 mislukken
4 [Biol] onontwikkeld blijven