abono (m)
borg, borgtocht; emmer
{
bail
}
abonar
toeschrijven, toekennen; accrediteren;...
{
accredit
}
abono (m)
betaling; loon; salaris; straf
{
payment
}
pand, deposito; voorschot; laag (geol.)
{
deposit
}
abonar
ondersteuning, dragen, voorstaan; hulp...
{
support
}
geloven; crediteren
{
credit
}
betalen; lonen; moeite waard zijn
{
pay
}
abboneren; een abbonnement nemen;...
{
subscribe
}
(in computers) inschrijven, abonneren,...
{
subscribe
}
kalmeren, rustig maken
{
calm
}
abono
abonnement [N]
abono
borg (zaak), voorschot (loon), steun, tegemoetkoming, uitkering, vergoeding, bijslag, toelage; abono de familia: kinderbijslag; falar em abono de: ten gunste spreken van