abbordar
vb
1 landen, aan land gaan (vanaf schip), aanleggen, een haven aandoen;
le vento nos impedi de ~ de wind verhindert ons te landen
2 in aanvaring komen met, aanvaren;
le grande nave ha abbordate le barca de pisca het grote schip heeft de vissersboot aangevaren
3 enteren;
~ un nave een schip enteren
4 aanspreken, aanklampen;
~ un persona in le strata iemand op straat aanspreken;
~ un thema/subjecto aan een onderwerp aansnijden;
~ un persona con un cosa iemand met iets aan boord komen;
~ un problema con firmessa een probleem flink aanpakken