abatter
vb
neerslaan, vellen, omhakken, slopen, slechten, neerhalen, omverhalen, slachten;
~ un casa een huis slopen;
~ un arbore een boom vellen/omhakken;
interdiction de ~ kapverbod;
~ un muro een muur slechten/omverhalen;
~ un avion een vliegtuig neerhalen;
le avion se abatte het vliegtuig stort neer;
~ un vacca een koe slachten;
~ un cavallo vulnerate een gewond paard afmaken;
un nube de pulvere se ha abattite super le placia een wolk van stof sloeg neer op het plein