abassar
vb
1 laten zakken, neerhalen, neerlaten, doen dalen, verlagen;
~ un muro een muur verlagen;
~ le oculos de ogen neerslaan;
~ le palpebras de oogleden neerslaan;
~ le capite/testa het hoofd laten hangen;
~ un perpendiculo een loodlijn neerlaten;
~ le velas de zeilen strijken;
~ un cifra een cijfer bijhalen (bij een staartdeling);
~ le voce zachter (gaan) spreken;
~ le volumine het geluid wat zachter zetten;
~ le nivello del vita het levenspeil verlagen;
~ le temperatura de temperatuur verlagen;
~ le calefaction de verwarming lager zetten;
~ le tarifas de tarieven verlagen;
~ le precios de prijzen verlagen;
le terreno se abassa verso le riviera het terrein loopt af naar de rivier;
[Math] ~ le grado de un equation de graad van een vergelijking verlagen;
[Math] ~ un equation een vergelijking herleiden;
le taxa de mortalitate se ha abassate het sterftecijfer is gedaald
2 vernederen, verlagen;
le miseria abassa le homine de ellende verlaagt de mens;
~ se a compromissos zich verlagen tot compromissen;
[Biblia] quicunque se abassara, essera elevate wie zich vernedert, zal verheven worden