abaixar
lager maken, zachter maken; verminderen,...
{
lower
}
(ver)minderen, afnemen, bedaren, gaan...
{
abate
}
inkrimpen, verminderen, bezuinigen
{
reduce
}
weigeren, afwijzen; volume verminderen...
{
turn down
}
kleineren; waardevermindering
{
derogate
}
abaixar
verlagen (muur, prijs, temperatuur), neerlaten (gordijn), neerslaan (ogen), neigen, buigen (hoofd), dalen, lager worden, naar beneden gaan, zakken, afslaan, dalen, teruglopen