abafar
verstikken, uitdoven, onderdrukken
{
smother
}
verstikken; wurgen
{
choke
}
laten stikken; stikken; onderdrukken;...
{
stifle
}
verdrinken; onderdompelen; overstromen
{
drown
}
bevochtigen; invochten; onderdrukken
{
damp
}
abafar
neerslaan, onderdrukken, smoren, verkroppen, verstikken, drukken (warmte), dempen (geluid), onderdrukken (kreet, opstand), smoren (stem, gil); juridisch: verbergen, verzwijgen, verdonkermanen (testament), sussen (twist)