Wirtschaft (die)
stang; tralie; tussenschot;...
{
bar
}
zaal; salon; grote kajuit; tapperij, bar
{
saloon
}
handel, zaken; werk
{
trade
}
industrie; vlijt; volharding
{
industry
}
wirtschaften
redden; sparen; passen op, letten op
{
save
}
begroten; budget peilen
{
budget
}
Wirtschaft
cafe;economie;bedrijfsleven