ski
ww.
skiën
zn.
ski
Ski
Ski (voortbeweging)
Een ski is een lange lat om over
sneeuw of andere oppervlaktes te kunnen voortbewegen. Ski's werden oorspronkelijk gebruikt in
Scandinavië waar men ze gebruikte om zich beter te kunnen verplaatsen over het besneeuwde land. Ski's zijn genoemd naar de plaats
Skien in de streek
Telemark in
Noorwegen. Tegenwoordig kennen we ski's vooral van het
alpine skiën en het
waterskiën. Ski's worden ook gebruikt als
landingsgestel voor
vliegtuigen die landen in poolgebieden, of als (gedeeltelijk) onderstel voor sneeuwscooters,
sledes, etc.De vorm en uitvoering van de ski is afhankelijk van de vorm van
skiën die de skiër beoefent.
Zie meer op Wikipedia.org...
Skiën
Skiën is zich voortbewegen over
sneeuw of een
kunstskibaan met behulp van een of meer "planken", ski's genoemd, die aan de voeten (skischoenen) worden bevestigd.Oorspronkelijk waren ski's van
hout, maar tegenwoordig worden ze gemaakt van
glasvezel of andere
composietmaterialen, of een combinatie van hout en composietmaterialen. Op de pagina over
skimateriaal wordt dieper ingegaan op de samenstelling, vorm en functionaliteit van de "plank(en)". Een skiër is iemand, die zich bezighoudt met enige vorm van skiën, zoals hieronder nader beschreven.
Zie meer op Wikipedia.org...
Ski
ski
ski
ski
ski
sub NORVEGESE
1 ski;
~ nautic/aquatic waterski;
cera a/de/pro ~s skiwas
2 skisport, het skiën;
telephero de ~ skilift;
baston de ~ skistok;
calceos/scarpas de ~ skischoenen;
berillos de ~ skibril;
vestimentos de ~ skikleding;
station de ~ ski-centrum;
schola de ~ skischool;
pista de ~ skipiste;
pista de ~ artificial kunststofskipiste;
club de ~ skiclub;
curso de ~ skiles/cursus;
instructor/professor/monitor de ~ skileraar;
campion de ~ skikampioen;
campionato de ~ skikampioen;
saison de ~ skiseizoen;
le ~ alpin het alpineskiën;
le ~ nautic/aquatic het waterskiën;
salto de ~ skisprong;
saltar a ~s skispringen;
facer le ~ aquatic/nautic waterskiën;
apprender le ~ leren skiën