ruptura (f)
springen, klappen, barsten
{
blowout
}
uitbarsting; uitbraak; serie schoten
{
burst
}
onderbreking; doorbraak; pauze; inbraak;...
{
break
}
fractuur (med.), (bot)breuk; scheur,...
{
fracture
}
klap, hap, beet; knip (met vingers,...
{
snap
}
ruptura (f)
onderbreking; doorbraak; pauze; inbraak;...
{
break
}
uitbarsting; uitbraak; serie schoten
{
burst
}
(in)breuk; schending
{
breach
}
spleet; scheuring; scheur; bananasplit...
{
split
}
ruptura
sub
het breken, breuk;
~ de un contracto contractbreuk;
~ de parola woordbreuk;
~ de axe asbreuk;
~ de dica dijkbreuk, dijkdoorbraak;
~ del equilibrio verstoring van het evenwicht;
~ del relationes diplomatic verbreking van de diplomatieke betrekkingen;
~ inter amicos breuk tussen vrienden;
~ inter le passato e le presente breuk tussen heden en verleden;
~ de tono plotselinge verandering van toon;
~ del electricitate stroomstoring;
~ del corde hartscheur;
puncto de ~ breekpunt;
linea de ~ breuklijn;
limite de ~ breukgrens, breekpunt;
damnos de ~ breekschade;
resistente al ~ breukvast;
resistentia al ~ breukvastheid;
essayar de provocar un ~ op een breuk aansturen