provo
provar
bewijzen; blijken; aantonen; duidelijk...
{
prove
}
verklaring (ook bij eed); declaratie
{
attest
}
in beroep gaan over een aanklacht; een...
{
deraign
}
testen, examineren
{
test
}
argumenteren, debatteren, discussiëren;...
{
argue
}
(be)proeven, testen, keuren
{
sample
}
(iets) proeven, genieten van
{
savor
}
smaken; proeven
{
taste
}
tonen, laten zien; duidelijk maken;...
{
show
}
provare
proberen, onderzoeken; berechten;...
{
try
}
testen, examineren
{
test
}
pogen, trachten, proberen
{
attempt
}
pogen, beproeven
{
essay
}
smaken; proeven
{
taste
}
voelen; betasten; aanvoelen
{
feel
}
bewijzen; blijken; aantonen; duidelijk...
{
prove
}
argumenteren, debatteren, discussiëren;...
{
argue
}
demonstreren; voorstellen, laten zien,...
{
demonstrate
}
tonen, laten zien; duidelijk maken;...
{
show
}
Provo (der)
Provo