Het begrip meervoud of pluralis verwijst in de
taalkunde naar een van de volgende eigenschappen:bij zelfstandignaamwoordgroepen: de vormkenmerken die aangeven dat het betreffende naamwoord op meer dan één zaak betrekking heeft.In dit voorbeeld worden in de naamwoordgroep de beesten de vorm van het
lidwoord (de in plaats van het) en het
zelfstandig naamwoord (beesten met de uitgang -en) bepaald door het verwijzen naar meer dan één beest. We zeggen van deze woordgroepen dat ze in het meervoud staan.bij met een zelfstandignaamwoordgroep
congruerende woordgroepen: de vormkenmerken die aangeven dat de zelfstandignaamwoordgroep waarmee de woordgroep congrueert op meer dan één zaak betrekking heeft.In dit voorbeeld worden in de zin Zeer kleine beesten grazen de vorm van de
bijvoeglijke bepaling zeer kleine (met de uitgang -e) en die van het
gezegde (grazen met de uitgang -en) bepaald door het verwijzen naar meer dan één beest.als betekenisaspect: het verwijzen van een zelfstandignaamwoordgroep naar meer dan één zaak.
Zie meer op Wikipedia.org...
1. meervoud, pluralis