payƩ (m)
boer; plattelander; lomperik
{
peasant
}
boer, landbouwer; die iemand in...
{
farmer
}
paye
staat; toestand; staat (land); weelde;...
{
state
}
payƩ
paie (f)
salaris, honorarium; vergoeding
{
wage
}
payer
betalen; lonen; moeite waard zijn
{
pay
}
voor zijn rekening nemen, de kosten...
{
defray
}
een schuld voluit aflossen; wraak nemen...
{
pay off
}
paye
rang-graad