Ort (der)
plaats; (historische) plaats; (het)...
{
location
}
plaats; plaats (in maatschappij, werk...
{
place
}
standpunt, stelling; plaatsing; plaats;...
{
position
}
bouwgrond; (bouw)terrein; ligging
{
site
}
vlek; stippel; plek; scheutje; plek; ;...
{
spot
}
orten
opsporen; identificeren, onderscheiden;...
{
spot
}
plaatsen; zetelen; vinden; koloniseren;...
{
locate
}
identificeren; meevoelen met
{
identify
}
plaatsen; neerzetten; aanstellen;...
{
place
}
örtmek
bedekken; verslaan; verbergen;...
{
cover
}
inpakken; verpakken; rondom vastbinden;...
{
wrap
}
kleden, aankleden; toedekken
{
clothe
}
met een deken bedekken, overdekken
{
blanket
}
sluiten; dicht doen; eindigen
{
close
}
sluiten, op slot doen; dichtdoen; dicht...
{
shut
}
overhuiving, baldakijn
{
canopy
}
een hoed opzetten; met de pet op;...
{
cap
}
bedekken met vloerkleed; berisping
{
carpet
}
inpakken (ook in een kist)
{
case
}
bedekken, overdekken
{
cloak
}
bedrukken; belasten; verdoezelen
{
cloud
}
bedekken; overtrekken; inpakken
{
coat
}
verstoppen; geheim houden
{
conceal
}
sterk zijn; sterk worden; de overhand...
{
cope
}
overdekken,afdekken;dekken (iemand...
{
cover up
}
verpakken; overlappen; gedeeltelijk...
{
lap
}
likken; slurpen, slikken; kabbelen (van...
{
lap
}
(zich) kleden, be-, aankleden, in...
{
robe
}
afschermen, afschutten, beschermen,...
{
screen
}
beschutten, beschermen; afschermen;...
{
shade
}
met lakens beleggen; bedekken,...
{
sheet
}
beschermen; onderdak verlenen;...
{
shield
}
omhullen, verbergen
{
shroud
}
(doen) duiken; (doen) zinken,...
{
submerge
}
Ort
oord;plaats
Ort
positie
plaats