object
zn.
voorwerp; doel; bezwaar; object; onderwerp; logisch systeemelement, dat door supervisieprogramma wordt beheerd; (computer) document of foto dat in ander document kan worden opgenomen
ww.
bezwaar hebben tegen; tegenwerpen
Object
In de taalkunde
Object (taalkunde); een grammaticale term voor de zaak in een zin waarop de door het werkwoord uitgevoerde handeling direct of indirect betrekking heeft.
lijdend voorwerp; een grammaticale term voor "datgene waarmee iets gedaan wordt".
meewerkend voorwerp; een grammaticale term voor "datgene of diegene aan wie iets gedaan wordt".In de informatica
Object (informatica); een concreet stukje gegevens en/of programmacode in het object-georiënteerd programmeren; een instantie van een klasse.
objectcode; een mogelijke representatie die een compiler heeft gegenereerd na het vertalen van een broncodebestand. In de filosofie is het een term voor datgene waarop de mens in zijn handelen is gericht. In engere zin is het object het voorwerp of de inhoud van een voorstelling, die op een of andere wijze zegt wat dat voorwerp zelf is. Zie:
object (filosofie).Een serie Russische tanks; zie Object 277
Object 279Object 770
Object 775Een ding, zie
Object (ding)
Zie meer op Wikipedia.org...
object
In objectgeoriënteerd programmeren is een object een variabele die zowel routines als gegevens kan bevatten en die als zelfstandige eenheid wordt beschouwd. Een object is gebaseerd op een specifiek model, waarbij een client de services van een object kan gebruiken om toegang te krijgen tot de gegevens van het object via een interface die uit een aantal methoden of verwante functies bestaat. Deze methoden kunnen vervolgens door de client worden aangeroepen om bewerkingen uit te voeren.
object
object; strekking; voorwerp