Een nimf (
Oud-Grieks: : bruid, gesluierd) is een
Griekse halfgodin en
daimon die in de
natuur leeft, en vaak gebonden is aan een bepaalde plek of plantensoort. De nimf behoort tot de
chtonische goden en verschijnt zeer dikwijls, evenals de - hen belagende -
Satyrs,
Pans, Panisken en andere wezens van dezelfde soort, in het gevolg van
Dionysos (boomgod). Ze is een bevallig meisje, dat in de
godsdienstige voorstellingen van de Grieken een personificatie was van het leven en de rusteloze werkzaamheid, die er heerst in de natuur. De werkkring van nimfen strekt zich dan ook over de ganse natuur uit. Zij kan zich openbaren in het ruisen van de bronnen en beken, zowel als in het ontkiemende plantenleven, in het bos en op veld en weide. Ze is een tedere, liefelijke jonkvrouw, die, al is zij over het algemeen vriendelijk gezind jegens de mensen, toch geen behagen schept in de nabijheid van menselijke woningen en van de gedruis makende dagelijkse bezigheden van dezen, maar zich schuw terugtrekt in de eenzaamheid van het woud en van het gebergte, die tot stil gepeins en zoete dromerij uitlokt. Daar leeft zij een vrolijk, gezellig leven in grotten en bergkloven, die zij bewoont.
Zie meer op Wikipedia.org...