magie (f)
magia (f)
toverkunst, toverij; wonder
{
magic
}
charme; talisman, amulet; bekoring
{
charm
}
betovering, bekoring
{
glamor
}
Magie (die)
toverkunst, toverij; wonder
{
magic
}
charme; talisman, amulet; bekoring
{
charm
}
magie (f)
toverkunst, toverij; wonder
{
magic
}
hekserij; tovenarij; goochelarij;...
{
witchery
}
Magie
Magie is een Grieks woord dat volgens Wolters Grieks-Nederlands woordenboek 'de geleerdheid der Perzische Magi' of 'het bedrog der Magi' betekent. Het woord is voor het eerst gebruikt in de vierde eeuw v.Chr. Het woord zou afkomstig zijn van de Chaldeese stam Mag. Oude Perzische priesters werden ook Magi of Magiërs genoemd. In veel talen is het woord voor magie het zelfde als het woord voor doen, te doen of te maken. Bijvoorbeeld het Latijnse factum, of het Nederlandse toveren (tevoren).
Zie meer op Wikipedia.org...
Magie
magie