Een kalf is het jong van een
koe. Een pasgeboren kalf heet een nuchter kalf of nuka. Een vrouwelijk kalf wordt ook wel een
vaarskalf of kuis genoemd. Een mannelijk kalf wordt een stierkalf genoemd. Een kalf weegt bij de geboorte ongeveer 40 kilo. Omdat een kalf nog weinig afweer heeft, is het van belang dat het de eerste dagen
biest (van de eigen moeder) krijgt. Een kalf dat bij de moeder is weggehaald, krijgt de biest uit een (speen)emmer te drinken. Na het kalveren komt de gewone
melk op gang bij een koe. In het uier van de koe zit dan nog biest, deze wordt telkens vermengt met de nieuwe melk die de koe aanmaakt. Indien de koe de eerste maal volledig word leeg (gemolken/gezogen) bevind er zich geen biest meer in het uier. Biest melk wordt alleen aangemaakt voor het kalveren.
Zie meer op Wikipedia.org...