function
ww.
functioneren; werkzaam zijn; functie bekleden
zn.
taak, functie; functionering; gebruik; evenement, gebeurtenis; functie
Functie
Function
Taak
function
machinebewerking; functie
function (to)
functioneren; werken
function
sub
1 functie, taak, rol, ambt, beroep, post, betrekking, bezigheid;
~ legislative wetgevende functie;
~ honorific onbezoldigd ambt;
~ additional/annexe nevenfunctie;
~ de un condensator functie van een condensator;
[Ling] ~ de subjecto functie van onderwerp;
[Biol] ~ del corde functie van het hart;
[Biol] ~es de reproduction voortplantingsfuncties;
~ stomachal/gastric disturbate gestoorde maagfunctie;
~es vital levensfuncties;
ager in ~ de su interesses in zijn eigen belang handelen;
in ~ de terwille van, ten behoeve van;
in ~ de lo que precede op grond van het voorafgaande;
le ~ de secretario de functie van secretaris;
examine del ~ visual oogmeting;
occupar un ~ een functie bekleden;
relevar un persona de su ~(es) iemand van zijn functie ontheffen;
entrar in ~ in functie treden
2 [Math] functie;
~ algebraic/algebric algebraïsche functie;
~ circular circulaire functie;
~ analytic analytische functie;
~ composite samengestelde functie;
~ derivate afgeleide functie;
~ harmonic harmonische functie;
x es un ~ de y x is een functie van y