厄
呃
咢
laten schrikken; op doen springen;...
{
startle
}
噩
堊
witten, vergoelijken; camoufleren (v.e....
{
whitewash
}
besmeren; aanplakken; gips leggen,...
{
plaster
}
堨
stoppen; ophouden met; staken; eindigen;...
{
stop
}
inperken, afdammen
{
dam
}
崿
Cliff (voornaam)
{
Cliff
}
heuvel, berg; helling
{
hill
}
steile oever, klif; bluf
{
bluff
}
扼
vasthouden; omhelzen
{
clutch
}
vastpakken; vastgrijpen; begrijpen;...
{
grip
}
controleren; beheersen; beheren;...
{
control
}
搤
houvast; invloed
{
hold
}
萼
calix (bloem)kelk, beschermende...
{
calyx
}
軛
onder het juk brengen; in/voorspannen;...
{
yoke
}
juk, heerschappij; koppeling;...
{
yoke
}
遏
paren vormen, copuleren; met elkaar in...
{
couple
}
stoppen; ophouden met; staken; eindigen;...
{
stop
}
onderzoeken, nagaan, verifiëren,...
{
check
}
voor; wegens; door; ten goede van;...
{
for
}
aan; naar; om; ondanks
{
to
}
halte; achterstand; eind, einde; pauze;...
{
stop
}
onderzoek; rem; ruit; cheque;...
{
check
}
鍔
scherp; scherp (v. smaak); verstandig...
{
sharp
}
閼
sluiten, op slot doen; dichtdoen; dicht...
{
shut
}
halte; achterstand; eind, einde; pauze;...
{
stop
}
阨
voorbijgaan, passeren; aangeven; slagen;...
{
pass
}
顎
babbel; grijparm, tang; lasterlijke...
{
jaw
}
spleet, scheur; vent, kerel
{
chap
}
kaak; onderkaak; kauwwerktuig (van...
{
mandible
}
gehemelte; smaak (zintuig)
{
palate
}
餓
verhongeren; dood hongeren; uithongeren
{
starve
}
鱷
鶚
齶
gehemelte; smaak (zintuig)
{
palate
}
厄
voorbijgaan, passeren; aangeven; slagen;...
{
pass
}
呃
咢
laten schrikken; op doen springen;...
{
startle
}
噩
垩
witten, vergoelijken; camoufleren (v.e....
{
whitewash
}
besmeren; aanplakken; gips leggen,...
{
plaster
}
堨
stoppen; ophouden met; staken; eindigen;...
{
stop
}
inperken, afdammen
{
dam
}
崿
Cliff (voornaam)
{
Cliff
}
heuvel, berg; helling
{
hill
}
steile oever, klif; bluf
{
bluff
}
扼
vasthouden; omhelzen
{
clutch
}
vastpakken; vastgrijpen; begrijpen;...
{
grip
}
controleren; beheersen; beheren;...
{
control
}
搤
houvast; invloed
{
hold
}
萼
calix (bloem)kelk, beschermende...
{
calyx
}
轭
onder het juk brengen; in/voorspannen;...
{
yoke
}
juk, heerschappij; koppeling;...
{
yoke
}
遏
paren vormen, copuleren; met elkaar in...
{
couple
}
stoppen; ophouden met; staken; eindigen;...
{
stop
}
onderzoeken, nagaan, verifiëren,...
{
check
}
voor; wegens; door; ten goede van;...
{
for
}
aan; naar; om; ondanks
{
to
}
halte; achterstand; eind, einde; pauze;...
{
stop
}
onderzoek; rem; ruit; cheque;...
{
check
}
锷
scherp; scherp (v. smaak); verstandig...
{
sharp
}
阏
sluiten, op slot doen; dichtdoen; dicht...
{
shut
}
halte; achterstand; eind, einde; pauze;...
{
stop
}
颚
babbel; grijparm, tang; lasterlijke...
{
jaw
}
spleet, scheur; vent, kerel
{
chap
}
kaak; onderkaak; kauwwerktuig (van...
{
mandible
}
gehemelte; smaak (zintuig)
{
palate
}
饿
verhongeren; dood hongeren; uithongeren
{
starve
}
鳄
鹗
齶
gehemelte; smaak (zintuig)
{
palate
}
E4