De Bhagavad gita (letterlijk "Lied van de Heer") is onderdeel van een zeer omvangrijk episch gedicht genaamd het
Mahabharata, (letterlijk "Groot India"), een belangrijk werk in de Indische filosofie. Het heeft ook grote invloed gehad op de Bhakti Beweging in India. De gita is een dialoog tussen God
Krishna en prins
Arjuna vóór de aanvang van een grote militaire slag op het veld van Kuruksetra in
India (Bharatavarsa) van zo'n vijfduizend jaar terug. Symbolisch gaat de Bhagavad gita vooral over het vinden van
God en de eeuwige
ziel (atma) én daarbij het juiste handelen. Arjuna komt in dit boek op het slagveld van Kuruksetra zijn familie en vrienden tegen, tegen wie hij ten strijde moet trekken om de heerschappij over zijn land terug te krijgen. Als hij ziet dat hij hiervoor tegen zijn dierbaren moet strijden, werpt hij zijn wapens af en roept in wanhoop tot zijn goede vriend en wagenmenner Krishna dat hij deze strijd hoe dan ook niet wil winnen. Als hij wint verliest hij zijn dierbaren en kleeft er volgens hem "bloed" aan het veroverde koninkrijk, en als zijn dierbaren overleven verliest hij de strijd. Arjuna onthult aan Krishna dat hij liever naar het woud gaat en alle beslommeringen achter zich laat. Maar Krishna als allerhoogste leraar op het gebied van de
vedische kennis weet Arjuna te overtuigen om af te zien van zijn kinderachtige idee om zo de strijd te ontwijken.
Zie meer op Wikipedia.org...