atıl
inert, traag, mat
{
inert
}
atılmak
rennen, vliegen; storten; zich haasten
{
rush
}
(vooruit)stormen, denderen; (met grote...
{
dash
}
wagen; ondernemen; zich in gevaar...
{
adventure
}
barsten; breken; uitbreken; breken
{
burst
}
(toe/weg)snellen/schieten/stuiven;...
{
dart
}
aan boord gaan; beginnen
{
embark
}
werpen; gooien; uitbarsten
{
fling
}
vliegen (vogel); vliegen (vliegtuig);...
{
fly
}
springen; aanloop nemen; doen springen
{
leap
}
zich werpen, duiken
{
plunge
}
opvliegen tegen, zwaar uithalen tegen
{
rip into
}
uitgaan, uitsteken; uitkomen, afsteken,...
{
stand out
}