Bij asymmetrische
cryptografie (zoals
RSA) wordt gebruik gemaakt van twee aparte sleutels: één sleutel wordt gebruikt om de informatie te coderen (vercijferen) en de tweede sleutel om de informatie weer te decoderen (ontcijferen). Bij de andere methode, de
symmetrische cryptografie, wordt één en dezelfde sleutel gebruikt voor zowel coderen als decoderen.
Zie meer op Wikipedia.org...