arca (f)
boomstam, romp; koffer; slurf; kofferbak...
{
trunk
}
borst(kas); kist
{
chest
}
arcar
aanraken; bevoelen; zorgen voor;...
{
handle
}
duwen (met de schouders), dringen; zich...
{
shoulder
}
arca (f)
borst(kas); kist
{
chest
}
vat, kist; doos; cel; boks (bij boksen);...
{
box
}
arcar
buigen; aanleunen; krommen; zich laten...
{
bend
}
slaan; smeden; verslaan, overwinnen
{
beat
}
Arcas