animal
zn.
dier; beest
bn.
dierlijk, dieren-
Animal
Dieren (rijk)
De dieren (Animalia of niet volledig terecht
Metazoa), vormen een
rijk behorende tot de
eukaryoten. Het dierenrijk is in diverse ondergroepen verdeeld die weer onderverdeeld zijn in
stammen. De wetenschap die zich met de studie van het dierenrijk bezighoudt is
zoölogie.Dieren zijn in grondbeginsel met
zintuigen uitgeruste, meercellige
organismen, die hun energie niet door fotosynthese opwekken maar deze uit organische stof betrekken (verkregen door andere organismen op te eten en te verteren) en zuurstof voor hun ademhaling nodig hebben. De meeste dieren kunnen zich bewegen.
Zie meer op Wikipedia.org...
animal
dier [N]; beest [N], dier [N]
animal
1. dier 2. beestachtig, dieren-, dierlijk 3. beest, dier 4. beest, bruut, stuk vee