Het Akkoord van Luxemburg dat op
29 januari 1966 in werking trad, beoogde een einde te maken aan een institutionele crisis die in juni
1965 in de
Europese Gemeenschappen was ontstaan, en die ertoe geleid had dat
Frankrijk alle bijeenkomsten van de
Raad van Ministers was gaan
boycotten. Aanleiding van de crisis was het besluit dat per 1 januari 1966 op een aantal beleidsterreinen de eis van unanimiteit in de besluitvorming vervangen zou worden door besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid. Frankrijk kon daar niet mee leven. In het Akkoord van Luxemburg (dat geen verdragswijziging was maar een beleidsdocument ter beëindiging van de crisis) werd vastgesteld dat:Als er een meerderheidsbesluit kon worden genomen maar als er daarbij zeer gewichtige belangen van één of meerdere lidstaten op het spel stonden, de leden van de Raad van Ministers zouden trachten om tot een voor alle lidstaten acceptabele oplossing te komen;De Franse delegatie van mening was dat in die gevallen de discussie moest worden voortgezet totdat er algemene overeenstemming zou zijn bereikt.
Zie meer op Wikipedia.org...
Het akkoord van Luxemburg (januari 1966) maakte een einde aan de zogenoemde "lege-stoelcrisis". Gedurende deze crisis, die in juli 1965 uitbrak, werden de Raadszittingen door Frankrijk geboycot. Hierbij werd een verschil van mening vastgesteld tussen enerzijds de regeringen die, ingeval zeer gewichtige nationale belangen in het geding waren, wensten dat de leden van de Raad binnen een redelijke termijn een voor hen allen aanvaardbare oplossing trachtten te vinden onder eerbiediging van hun wederzijdse belangen, en anderzijds Frankrijk dat zich uitsprak voor een voortzetting van de besprekingen totdat een unaniem akkoord was bereikt. Andere lidstaten zouden zich later achter het standpunt van Frankrijk scharen.
Het Akkoord vormde geen beletsel voor de Raad om besluiten te nemen overeenkomstig het EG-Verdrag, dat in een groot aantal gevallen in besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van stemmen voorziet. Evenmin heeft het Akkoord de leden van de Raad ervan kunnen weerhouden voort te gaan met hun inspanningen om nog voor de totstandkoming van het Raadsbesluit de standpunten nader tot elkaar te brengen.
Zie:
Eenparigheid
Gekwalificeerde meerderheid
Raad van de Europese Unie