acordo (m)
accoord, akkoord; overeenkomst;...
{
accord
}
harmonie, eensgezindheid,...
{
harmony
}
acordar
wakker maken, wekken; wakker worden,...
{
wake
}
wakker worden, uit slaap wakker worden;...
{
wake up
}
(op)wekken, doen ontwaken, wakker...
{
rouse
}
ontwaken, wakker maken, wakker worden,...
{
waken
}
acordar
oplossen; besluiten, beslissen;...
{
resolve
}
besluiten, beslissen
{
decide
}
het eens zijn; toestemmen; overeenkomen
{
agree
}
belonen; overeen laten stemmen; een...
{
accord
}
geven; aangeven; toegeven; geven...
{
give
}
harmoniƫren, stemmen, afstemmen
{
tune
}
acordo
overeenstemming, samenklank, akkoord, overeenkomst, overeenstemming, contract, verbintenis, eensgezindheid, vergelijk, schikking; acordo para governar: regeerakkoord; de acordo: aangenomen, afgesproken, goed zo; estar de acordo com: eensgezind zijn met, het eens zijn met; sem acordo: zonder akkoord, zonder toelating, buiten kennis