amo (m)
heer; heerser; meester, leraar; hoofd...
{
master
}
heer, lord; heerser; edele, edelman;...
{
lord
}
Oppermachtige, Heer, God; Jezus Christus
{
Lord
}
amar
houden van; liefhebben; genegenheid...
{
love
}
amo (m)
eigenaar, bezitter
{
owner
}
amar
houden van; liefhebben; genegenheid...
{
love
}
amo (m)
haak; ophang-haak
{
hook
}
amare
dol zijn op, gek zijn op, houden van
{
be fond of
}
houden van; liefhebben; genegenheid...
{
love
}
houden van; aardig vinden; willen
{
like
}
de voorkeur geven aan; liever willen;...
{
prefer
}
AMO
Amo
amo
1. baas, heer, meester, patroon