acomodar
onderbrengen; opbergen; opnemen; belonen
{
accommodate
}
rangschikken, ordenen; regelen
{
arrange
}
componeren; schrijven (boek, opstel);...
{
compose
}
regelen; bijleggen; regeling treffen;...
{
settle
}
aanpassen; opnemen; aanmeten
{
adapt
}
acomodar
aanpassen; afstellen; aanmeten;...
{
adjust
}
onderbrengen; opbergen; opnemen; belonen
{
accommodate
}
vastmaken; vaststellen; vestigen;...
{
fix
}
acomodar
1. aanpassen, accommoderen 2. leggen, plaatsen, situeren, stationeren