à parte
apart, afzonderlijk; afgezien van;...
{
apart
}
van (uit) elkaar; in stukken
{
asunder
}
a parte
apart, afzonderlijk; afgezien van;...
{
apart
}
à parte
1. afzonderlijk, apart, gescheiden, terzijde, vaneen a partir de 1. met ingang van, sedert, sinds, vanaf 2. met ingang van, sedert, vanaf